Schouws Volkslied

 
Kent gij ons land, ons Schouwse land,
Belaagd door water 't allen kant,
Het land dat eeuwen lang 't geweld,
Met moed weerstond van zee en Scheld',
Het land, dat wij met mannenmoed,
Met heel ons hart, met goed en bloed,
Het land dat wij met eigen hand,
behouden voor het vaderland.
 
 
Geen schoner land dan 't Schouwse land,
Wijl wij daar zijn in Godes hand,
Zijn wil maakt duin en dijken sterk,
Gezegend wordt door Hem ons werk,
De woeste zee die ons omringt,
Hij is het die ze steeds bedwingt,
De stormwind meet vergeefs zijn kracht,
Met wat door ons tot stand gebracht.
 
  Wij zijn het volk van 't Schouwse land,
Door taal en zeden nauw verwant,
Wij scharen ons, als waren w'één,
Om d'oude, grijze toren heen,
Hij rijst van ver uit 't golfgeklots,
En staat daar eeuwen als een rots,
Die met een ongebroken kracht,
Houdt over 't Schouwse land de wacht.
 
naar boven

Blijf één, blijf één, houdt moedig stand,
O volk, dat aan het Schouwse strand,
Het pand bewaart, dat schoon en goed,
De trots van Nêêrland blijven moet,
Gedenk de woorden die de Leeuw,
Sinds eeuwen brengt aan ied're Zeeuw;
Het schone lied dat nooit verstom',
"Ik worstel moedig en ontkom!"